Elbert

    183 >< 182

    Tuesday, July 1, 2008, 05:26 AM CET [General]

    (Oorspronkelijk gedicteerd als Les 183, later gepubliceerd als Les 182.)

     Les 183
    Ik zal een moment stil zijn en naar huis gaan.

    Deze wereld waarin jij lijkt te leven is niet jouw thuis. En ergens in jouw geest
    weet jij dat dit waar is. Een herinnering aan thuis blijft jou achtervolgen alsof er
    een plaats was die jou opriep om terug te keren, alhoewel jij de Stem niet kent,
    noch wat het is waar de Stem jou aan herinnert. Toch voel jij je nog steeds een
    vreemde hier, van ergens geheel onbekend. Niets zo definitief dat jij met zekerheid
    kunt zeggen dat jij hier een balling bent. Gewoon een aanhoudend gevoel, soms
    niet meer dan een kleine wrijving, op andere momenten amper herinnert en
    actief afgewezen maar om zeker weer naar de geest terug te keren.

    Niemand of hij weet waarvan wij spreken. Toch proberen sommigen hun
    lijden opzij te leggen door spelletjes te spelen om hun tijd te verdoen en hun
    verdriet weg te houden. Anderen zullen ontkennen dat zij verdrietig zijn en her-
    kennen hun tranen in het geheel niet. Nog eens anderen zullen aanhouden dat
    waar wij van spreken een illusie is, om als niets meer dan een droom gezien
    te worden. Wie echter zou in simpele oprechtheid, zonder verdedigingen en
    zelfbedrog, ontkennen dat hij de woorden begrijpt waarvan wij spreken?

    Wij spreken vandaag voor iedereen die deze wereld bewandelt, want
    hij is niet thuis. Hij gaat onzeker rond in een eindeloze zoektocht, zoekt
    in het duister naar wat hij niet kan vinden en realiseert zich niet wat het is
    dat hij zoekt. Duizenden woningen maakt hij, doch geen bevredigen zijn
    rusteloze geest. Hij begrijpt niet dat hij tevergeefs bouwt. Het thuis dat
    hij zoekt kan niet door hem worden gemaakt. Er is geen substituut
    voor de Hemel. Alles wat hij ooit heeft gemaakt is de hel.

    Misschien denk jij dat het het thuis van jouw kindertijd is dat jij opnieuw
    zult vinden. De kindertijd van jouw lichaam en zijn plek van toevlucht zijn nu
    een herinnering die zo vervormd is dat jij louter een plaatje vasthoudt van een
    verleden dat nooit plaatsvond. Toch is er een Kind in jou Die Zijn Vaders thuis
    zoekt en weet dat Hij hier een vreemde is. Deze kindertijd is eeuwig, met een on-
    schuld die voor eeuwig zal duren. Waar dit Kind zal gaan is heilige grond. Het
    is Zijn heiligheid die de Hemel oplicht, en naar de aarde de pure reflectie van
    het licht erboven brengt, waarin de Hemel en de aarde als één verenigd zijn.

    Het is dit Kind in jou dat Zijn Vader als Zijn Eigen Zoon kent. Het is dit Kind
    dat Zijn Vader kent. Hij verlangt zo diep om naar huis te gaan, zo onophoudelijk,
    dat Zijn stem jou toeroept om Hem een tijdje stil te laten zijn. Hij vraagt niet om
    meer dan een paar ogenblikken van uitstel, gewoon een interval waarin Hij terug
    kan keren om opnieuw de heilige lucht te ademen die Zijn Vaders huis vult. Jij bent
    eveneens Zijn thuis. Hij zal terugkeren. Maar geeft hem slechts een moment om
    Zichzelf te zijn binnen de vrede die Zijn thuis is, rustend in stilte, vrede en liefde.

    Dit Kind heeft jouw bescherming nodig. Hij is ver van huis. Hij is zo klein dat Hij
    zo eenvoudig uitgesloten lijkt. Zijn kleine stem is zo eenvoudig verduisterd. Hij roept
    bijna ongehoord om hulp, temidden van de knarsende geluiden en het ruwe en onbe-
    houwen lawaai van de wereld. Toch weet Hij dat in jou nog steeds Zijn zekere be-
    scherming verblijft. Jij zult Hem niet afvallen. Hij zal naar huis gaan en jij met Hem.

    Dit Kind is jouw verdedigingloosheid, jouw kracht. Hij heeft vertrouwen in
    jou. Hij kwam omdat Hij wist dat jij niet zou falen. Hij fluistert onophoudelijk
    van Zijn thuis tegen jou. Want Hij zal jou samen met Hem mee naar huis brengen
    opdat Hijzelf mag blijven en niet opnieuw terugkeren waar Hij niet thuishoort en
    waar Hij als een uitgestotene in een wereld van vreemde gedachten leeft. Zijn
    geduld heeft geen beperkingen. Hij zal wachten totdat jij binnenin jou Zijn
    zachtaardige Stem hoort die jou roept om Hem in vrede te laten gaan,
    samen met jou naar waar Hij thuis is en jij met Hem.

    Wanneer jij een moment stil bent, wanneer de wereld zich van jou terugtrekt
    en wanneer waardeloze ideeën ophouden met waarde te hebben in jouw rusteloze
    geest, dan zul jij Zijn Stem horen. Zo aanhoudend roept Hij jou, dat jij Hem niet
    langer zult weerstaan. In dat moment zal Hij jou mee naar Zijn thuis nemen en jij
    zult in volmaakte stilte bij Hem blijven; stil en in vrede, voorbij alle woorden,
    onaangeraakt door angst en twijfel, en verheven zeker dat jij thuis bent.

    Rust regelmatig met Hem vandaag. Want Hij was bereid om een klein
    kind te worden, opdat jij van Hem mocht leren hoe sterk degene is die zonder
    verdedigingen komt en alleen de boodschappen van liefde aanbiedt aan hen die
    denken dat Hij hun vijand is. Hij houdt de heerschappij van de Hemel in Zijn
    hand, noemt hun zijn vrienden en geeft Zijn kracht aan hen opdat zij mogen
    zien dat hij een Vriend voor hen is. Hij vraagt slechts dat zij Hem bescher-
    men, want Zijn thuis is ver weg en Hij zal er niet alleen naar terugkeren.

    Christus is herboren als slechts een klein Kind, elke keer dat een
    dwaler zijn thuis zou verlaten. Want Hij dient te leren dat wat hij wil
    beschermen slechts dit Kind is, Dat zonder verdedigingen komt en Die
    door verdedigingloosheid is beschermd. Ga vandaag van tijd tot tijd
    naar huis met Hem. Jij bent net zo zeer een vreemde hier als Hij.

    Neem vandaag de tijd om jouw schild dat niets baat neer te leggen en
    leg de speer en het zwaard neer die jij tegen een vijand zonder bestaan hebt
    opgeheven. Christus, heeft jou, vriend en broeder genoemd. Hij is zelfs naar jou
    gekomen om jouw hulp te vragen om Hem een tijdje, volledig en compleet, naar
    huis te laten gaan. Hij is gekomen zoals een klein kind dat zijn vader om bescherming
    en liefde moet verzoeken. Hij regeert het universum en toch vraagt Hij onophoudelijk
    dat jij een tijdje met Hem terugkeert en illusies niet langer als jouw goden aanneemt

    Jij bent jouw onschuld niet verloren. Het is hiernaar dat jij hunkert. Dit is
    het verlangen van jouw hart. Dit is de stem die jij hoort, en dit is de Roep die
    niet ontkend kan worden. Het heilige Kind blijft bij jou. Zijn thuis is het jouwe.
    Vandaag geeft Hij jou Zijn verdedigingloosheid en jij aanvaard het in ruil voor
    al de oorlogsspeeltjes die jij hebt gemaakt. En nu is de weg open en de
    reis heeft eindelijk een einde in zicht. Wees een moment stil en
    ga met Hem naar huis om een tijdje in vrede te zijn.

    Oorspronkelijk gedicteerd als Les 183, later gepubliceerd als Les 182.


    Lesson 183
    “I will be still a moment and go home.”


    This world you seem to live in is not home to you. And somewhere in your mind you know

    that this is true. A memory of home keeps haunting you, as if there were a place that called

    you to return although you do not recognize the Voice, nor what it is the Voice reminds you

    of. Yet still you feel an alien here, from somewhere all unknown. Nothing so definite that

    you could say with certainty you are an exile here. Just a persistent feeling, sometimes not

    more than a tiny throb, at other times hardly remembered, actively dismissed, but surely to

    return to mind again.

    No-one but knows whereof we speak. Yet some try to put by their suffering in games they

    play to occupy their time, and keep their sadness from them. Others will deny that they are

    sad, and do not recognize their tears at all. Still others will maintain that what we speak of is

    illusion, not to be considered more than but a dream. Yet who in simple honesty, without

    defensiveness and self-deception, would deny he understands the words we speak?

    We speak today for everyone who walks this world, for he is not at home. He goes

    uncertainly about in endless search, seeking in darkness what he cannot find; not

    recognizing what it is he seeks. A thousand homes he makes, yet none contents his restless

    mind. He does not understand he builds in vain. The home he seeks can not be made by him.

    There is no substitute for Heaven. All he ever made was hell.

    Perhaps you think it is your childhood home that you would find again. The childhood of

    your body and its place of shelter are a memory now so distorted that you merely hold a

    picture of a past that never happened. Yet there is a Child in you Who seeks His Father’s

    house, and knows that He is alien here. This Childhood is eternal, with an innocence that

    will endure forever. Where this Child shall go is holy ground. It is His holiness that lights up

    Heaven, and that brings to earth the pure reflection of the light above, wherein are earth and

    Heaven joined as one.

    It is this Child in you your Father knows as His Own Son. It is this Child Who knows His

    Father. He desires to go home so deeply, so unceasingly, His voice cries unto you to let Him

    rest a while. He does not ask for more than just a few instants of respite; just an interval in

    which He can return to breathe again the holy air that fills His Father’s house. You are His

    home as well. He will return. But give Him just a little time to be Himself, within the peace

    that is His home, resting in silence and in peace and love.

    This Child needs your protection. He is far from home. He is so little that He seems so easily

    shut out, His tiny Voice so readily obscured, His calls for help almost unheard amid the

    grating sounds and harsh and rasping noises of the world. Yet does He know that in you still

    abides His sure protection. You will fail Him not. He will go home, and you along with

    Him.

    This Child is your defencelessness, your strength. He trusts in you. He came because He

    knew you would not fail. He whispers of His home unceasingly to you. For He would bring

    you back with Him, that He Himself might stay, and not return again where He does not

    belong and where He lives an outcast in a world of alien thoughts. His patience has no

    limits. He will wait until you hear His gentle Voice within you, calling you to let Him go in

    peace, along with you, to where He is at home, and you with Him.

    When you are still an instant, when the world recedes from you, when valueless ideas cease

    to have value in your restless mind, then will you hear His Voice. So poignantly He calls to

    you that you will not resist Him longer. In that instant, He will take you to His home, and

    you will stay with Him in perfect stillness, silent and at peace, beyond all words, untouched

    by fear and doubt, sublimely certain that you are at home.

    Rest with Him frequently today. For He was willing to become a little child that you might

    learn of Him how strong is he who comes without defenses, offering only love’s messages to

    those who think he is their enemy. He holds the might of Heaven in His hand and calls them

    friend, and gives His strength to them that they may see He would be Friend to them. He

    asks but they protect Him, for His home is far away, and He will not return to it alone.

    Christ is reborn as but a little Child each time a wanderer would leave his home. For he must

    learn that what he would protect is but this Child, Who comes defenceless and Who is

    protected by defencelessness. Go home with Him from time to time today. You are as much

    an alien here as He.

    Take time today to lay aside your shield which profits nothing, and lay down the spear and

    sword you raised against an enemy without existence. Christ has called you friend and

    brother. He has even come to you to ask your help in letting Him go home completed and

    completely. He has come as does a little child who must beseech his father for protection and

    for love. He rules the universe, and yet He asks unceasingly that you return with Him, and

    take illusions as your gods no more.

    You have not lost your innocence. It is for this you yearn. This is your heart’s desire. This is

    the voice you hear, and this the Call which cannot be denied. The holy Child remains with

    you. His home is yours. Today He gives you His defencelessness, and you accept it in

    exchange for all the toys of battle you have made. And now the way is open, and the

    journey has an end in sight at last. Be still a moment and go home with Him and be at peace

    a while.

    0 (0 Ratings)

    De dagelijkse les ingesproken

    Saturday, June 21, 2008, 04:57 AM CET [General]


    Les 173

    God is louter Liefde en daarom ik ook.
    Ik zal terugstappen en Hem de weg laten leiden.
    God is louter Liefde en daarom ik ook.
    Ik ga met God in volmaakte heiligheid.
    God is louter Liefde en daarom ik ook.







    Lesson 173
    “God is but Love, and therefore so am I.”


    [155] “I will step back and let Him lead the way.”

    “God is but Love, and therefore so am I.”

    [156] “I walk with God in perfect holiness.”

    “God is but Love, and therefore so am I.”

    0 (0 Ratings)

    Van mij aan jou

    Thursday, June 19, 2008, 05:03 AM CET [General]

    Ik onderneem de reis met jou. Want ik deel jouw twijfels en angsten voor
    een tijdje, opdat jij naar mij mag komen die de weg herkent waardoor alle
    angsten en twijfels zijn overkomen. Wij lopen samen. Ik moet onzekerheid en
    pijn begrijpen, alhoewel ik weet dat zij geen betekenis hebben. Toch moet een
    Verlosser bij hen die hij onderwijst blijven en zien wat zij zien, maar steeds in
    zijn geest vasthouden aan wat hem eruit heeft geleid en jou nu samen met hem
    eruit leidt. De Zoon van God is gekruisigd totdat jij over de weg met mij loopt.

    Mijn wederopstanding komt opnieuw elke keer dat ik een broeder veilig
    naar de plaats leid waar de reis eindigt en is vergeten. Ik ben vernieuwd elke
    keer dat een broeder leert dat er een weg uit misère en pijn is. Ik ben herboren
    elke keer dat een broeder zich naar het licht in zichzelf keert en voor mij kijkt.
    Ik ben niemand vergeten. Help mij nu om jou terug te leiden naar waar de
    reis begon en daar een andere keuze met mij te maken.

    Bevrijd mij wanneer jij opnieuw de gedachten oefent die ik jou heb gebracht
    van Hem Die jouw bittere noodzaak ziet en het antwoord kent dat God Hem
    heeft gegeven. Wij herhalen deze gedachten samen. Samen geven wij onze tijd
    en inspanning aan hen. En samen zullen wij hen aan onze broeders onderwijzen.
    God zou de Hemel niet incompleet willen. Hij wacht op jou zoals ik dat doe. Ik
    ben incompleet zonder jouw aandeel in mij. En als ik heel ben gemaakt, gaan
    wij samen naar ons aloude thuis, voor ons voorbereid voordat er tijd was en
    onveranderd door tijd gehouden, ongerept en veilig gehouden, zoals
    het uiteindelijk zal zijn wanneer de tijd voorbij is.

    0 (0 Ratings)

    Les 170 Er is geen wreedheid in God en geen in mij

    Wednesday, June 18, 2008, 06:29 AM CET [General]


    Les 170
    Er is geen wreedheid in God en geen in mij.

    Niemand valt aan zonder de intentie pijn te doen. Dit kan geen uitzonderingen
    hebben. Wanneer jij denkt dat jij in zelfverdediging aanvalt, beweer jij dat wreed
    te zijn bescherming betekent; dat jij veilig bent vanwege wreedheid. Jij beweert
    dat jij gelooft dat een ander pijn te doen jou vrijheid zal brengen. En jij beweert
    dat aanvallen betekent de toestand waarin jij verkeert in te ruilen voor iets
    beters, veiliger, zekerder voor gevaarlijke invasie en angst.

    Hoe door en door waanzinnig is het idee, dat je tegen angst te verdedigen
    aanval betekent. Want hier wordt angst verwekt en met bloed gevoed, om
    het te doen groeien, opzwellen en razen. En aldus is angst beschermd en niet
    ontsnapt. Vandaag leren wij een les die jou meer vertraging en onnodige misère
    kan besparen dan jij ooit voor mogelijk had gehouden. Het is deze:

    Jij maakt waartegen jij je verdedigd, en door jouw eigen
    verdediging ertegen is het werkelijk, en niet te ontsnappen. Leg
    jouw arsenaal neer en alleen dan zul jij haar valsheid herkennen.

    Het lijkt de vijand vanbuiten te zijn die jij aanvalt. Echter zetten jouw
    verdedigingen een vijand vanbinnen op; een vreemde gedachte - in strijd
    met jou - die jou van vrede berooft en jouw geest in twee kampen verdeeld
    die geheel onverenigbaar lijken. Want liefde heeft nu een vijand, een
    tegengestelde en angst, de vreemde, heeft nu jouw verdediging
    nodig tegen de dreiging van wat jij werkelijk bent.

    Als jij voorzichtig de middelen overweegt waardoor jouw denkbeeldige
    zelfverdediging voortgaat op zijn ingebeelde weg, zul jij de premissen waarop
    het idee rust waarnemen. Eerst is het overduidelijk dat ideeën hun bron moeten
    verlaten. Want jij bent het die de aanval maakt, en moet hem eerst hebben waarge-
    nomen. Toch val jij buiten jezelf aan en scheid jouw geest van degene die aangevallen
    moet worden, met volkomen vertrouwen dat de splitsing die jij hebt gemaakt echt is.

    Vervolgens zijn de attributen van liefde aan haar vijand toebedeeld. Want
    angst wordt jouw veiligheid en de beschermer van jouw vrede, waarnaar jij je
    wendt voor vertroosting, en ontsnapping aan jouw twijfels omtrent jouw kracht,
    en hoop op rust, in een droomloze stilte. En als liefde is afgesneden van wat haar
    en haar alleen toebehoort, wordt liefde de attributen van angst toebedeeld. Want
    liefde zou jou vragen om alle verdedigingen als louter dwaasheid neer te leggen.
    En jouw wapens zouden inderdaad tot stof vergaan. Want als zodanig zijn zij.

    Met liefde als vijand moet wreedheid een god worden en goden vereisen
    dat zij die hun aanbidden hun dictaten opvolgen en nalaten hun te ondervragen.
    Harde straf is volhardend uitgedeeld aan hen die vragen of de vereisten redelijk
    of zelfs maar zinnig zijn. Het zijn hun vijanden die onredelijk en waanzinnig
    zijn, terwijl zij altijd genadig en rechtvaardig zijn.

    Vandaag kijken wij ongepassioneerd naar deze wrede god. En wij merken op
    dat alhoewel zijn lippen met bloed zijn besmeerd en vuur uit hem voort lijkt te
    spugen, hij slechts van steen is gemaakt. Hij kan niets doen. Wij hoeven zijn
    vermogen niet te trotseren. Hij heeft er geen. En zij die in hem hun veiligheid
    zien hebben geen beschermer, geen kracht om zich in tijden van gevaar
    op te beroepen en geen almachtige strijder om voor hen te vechten.

    Dit moment kan verschrikkelijk zijn. Maar het kan eveneens de tijd van jou
    bevrijding van miserabele slavernij zijn. Jij maakt een keuze terwijl jij voor dit
    idool staat en hem precies ziet zoals hij is. Wil jij aan liefde herstellen wat jij ervan
    weg hebt willen scheuren en voor dit geestloze stuk steen hebt willen leggen?
    Of zul jij een ander idool maken om het te vervangen? Want de god van
    wreedheid neemt vele vormen aan. Een ander kan gevonden worden.

    Denk echter niet dat angst de ontsnapping uit angst is. Laat ons herinneren
    wat de cursus heeft benadrukt omtrent de obstakels voor vrede. De laatste,
    de moeilijkste om te geloven is niets, en een ogenschijnlijk obstakel met de
    verschijning van een solide blok, ondoordringbaar, angstig en aan omzeilen
    voorbij, is de angst voor God Zelf. Hier is de basispremisse die de gedachte
    van angst als god een troon geeft. Want angst is geliefd door hen die hem
    aanbidden, en liefde lijkt nu met wreedheid geïnvesteerd te zijn.

    Waar komt het volledig waanzinnige geloof in goden van wraak vandaan?
    Liefde heeft haar attributen niet met die van angst verward. Toch moeten de
    aanbidders van angst, hun eigen verwarring in de vijand van angst waarnemen
    - zijn wreedheid nu als een deel van liefde. En wat word meer beangstigend
    dan het hart van Liefde Zelf? Het bloed lijkt op Zijn lippen te zijn; het vuur
    komt van Hem. En Hij is boven alles afgrijselijk, wreder dan voor mogelijk
    gehouden en allen neervagend die Hem als hun God erkennen.

    De keuze die jij vandaag maakt is zeker, want jij kijkt voor de laatste keer
    op dit uitgehouwen stuk steen dat jij hebt gemaakt en noemt het niet langer
    god. Jij hebt deze plaats al eerder bereikt, maar jij hebt gekozen dat deze wrede
    god in nog een andere vorm bij jou zou blijven. En aldus is de angst voor God
    met jou teruggekeerd. Dit keer laat jij het hier. En jij keert terug naar een nieuwe
    wereld die niet door zijn gewicht wordt belast en niet door zijn blinde ogen
    aanschouwd, maar in de visie die jouw keuze aan jou heeft hersteld.

    Jouw ogen behoren nu aan Christus, en Hij kijkt door hen. Nu
    hoort jouw stem aan God toe en echo’s de Zijne. En nu blijft jouw hart
    voor eeuwig in vrede. Jij hebt Hem gekozen in plaats van idolen en jouw
    attributen, die jou door jouw Schepper zijn gegeven, zijn eindelijk aan jou
    hersteld. De roep van God werd gehoord en beantwoord. Nu heeft
    angst plaats voor liefde gemaakt en God Zelf vervangt wreedheid.

    Vader, wij zijn gelijk aan U. Er verblijft geen wreedheid in ons want er is
    geen in U. Uw vrede is de onze en wij zegenen de wereld met wat wij van
    U alleen hebben ontvangen. Wij kiezen opnieuw en maken onze keuze voor
    al onze broeders, wetend dat zij één met ons zijn. Wij brengen hun Uw verlossing
    zoals wij het nu ontvangen hebben. En wij geven dank aan hen die ons compleet
    weergeven. In hen zien wij onze glorie en in hen vinden wij onze vrede. Heilig
    zijn wij want Uw heiligheid heeft ons bevrijd. En wij geven dank. Amen.


    Lesson 170
    “There is no cruelty in God and none in me.”


    No-one attacks without intent to hurt. This can have no exception. When you think that you attack in self defence, you mean that to be cruel is protection; you are safe because of cruelty. You mean that you believe to hurt another brings you freedom. And you mean that to attack is to exchange the state in which you are for something better, safer, more secure from dangerous invasion and from fear.

    How thoroughly insane is the idea that to defend from fear is to attack! For here is fear begot and fed with blood, to make it grow and swell and rage. And thus is fear protected, not escaped. Today we learn a lesson which can save you more delay and needless misery than you can possibly imagine. It is this:

    You make what you defend against, and by
    Your own defence against it is it real
    And inescapable. Lay down your arms,
    And only then do you perceive it false.

    It seems to be the enemy without that you attack. Yet your defence sets up an enemy within; an alien thought at war with you, depriving you of peace, splitting your mind into two camps which seem wholly irreconcilable. For love now has an enemy, an opposite; and fear, the alien, now needs your defence against the threat of what you really are.

    If you consider carefully the means by which your fancied self-defense proceeds on its imagined way, you will perceive the premises on which the idea stands. First, it is obvious ideas must leave their source. For it is you who make attack, and must have first conceived of it. Yet you attack outside yourself, and separate your mind from him who is to be attacked, with perfect faith the split you made is real.

    Next are the attributes of love bestowed upon its enemy. For fear becomes your safety and protector of your peace, to which you turn for solace and escape from doubts about your strength and hope of rest in dreamless quiet. And as love is shorn of what belongs to it and it alone, love is endowed with attributes of fear. For love would ask you lay down all defence as merely foolish. And your arms indeed would crumble into dust. For such they are.

    With love as enemy must cruelty become a god, and gods demand that those who worship them obey their dictates, and refuse to question them. Harsh punishment is meted out relentlessly to those who ask if the demands are sensible or even sane. It is their enemies who are unreasonable and insane, while they are always merciful and just.

    Today we look upon this cruel god dispassionately. And we note that though his lips are smeared with blood and fire seems to flame from him, he is but made of stone. He can do nothing. We need not defy his power. He has none. And those who see in him their safety have no guardian, no strength to call upon in danger, and no mighty warrior to fight for them.

    This moment can be terrible. But it can also be the time of your release from abject slavery. You make a choice, standing before this idol, seeing him exactly as he is. Will you restore to love what you have sought to wrest from it, and lay before this mindless piece of stone? Or will you make another idol to replace it? For the god of cruelty takes many forms. Another can be found.

    Yet do not think that fear is the escape from fear. Let us remember what the course has stressed about the obstacles to peace. The final one, the hardest to believe is nothing, and a seeming obstacle with the appearance of a solid block, impenetrable, fearful and beyond surmounting, is the fear of God Himself. Here is the basic premise which enthrones the thought of fear as god. For fear is loved by those who worship it, and love appears to be invested now with cruelty.

    Where does the totally insane belief in gods of vengeance come from? Love has not confused its attributes with those of fear. Yet must the worshippers of fear perceive their own confusion in fear’s enemy; its cruelty as now a part of love. And what becomes more fearful than the heart of Love Itself? The blood appears to be upon His Lips; the fire comes from Him. And He is terrible above all else, cruel beyond conception, striking down all who acknowledge Him to be their God.

    The choice you make today is certain. For you look for the last time upon this bit of carven stone you made, and call it god no longer. You have reached this place before, but you have chosen that this cruel god remain with you in still another form. And so the fear of God returned with you. This time you leave it here. And you return to a new world unburdened by its weight; beheld not in its sightless eyes, but in the vision that your choice restored to you.

    Now do your eyes belong to Christ, and He looks through them. Now your voice belongs to God, and echoes His. And now your heart remains at peace forever. You have chosen Him in place of idols, and your attributes, given by your Creator, are restored to you at last. The Call of God is heard and answered. Now has fear made way for love, as God Himself replaces cruelty.


    Father, we are like You. No cruelty abides in us for there is none in You. Your peace is ours. And we bless the world with what we have received from You alone. We choose again and make our choice for all our brothers, knowing they are one with us. We bring them Your
    salvation as we have received it now. And we give thanks for them who render us complete. In them we see Your glory, and in them we find our peace. Holy are we because Your holiness has set us free. And we give thanks. Amen.

    0 (0 Ratings)

    169 Door genade leef ik. Door genade ben ik verlos

    Tuesday, June 17, 2008, 05:14 AM CET [General]

     Les 169
    Door genade leef ik. Door genade ben ik verlost.

    Genade is een aspect van de Liefde van God dat het meest gelijkend is aan
    de staat die in de Eenheid van waarheid heerst. Zij is de meest verheven aspiratie
    van de wereld, want zij leidt geheel aan de wereld voorbij. Zij is aan leren voorbij,
    doch het doel van leren, want genade kan niet komen voordat de geest zich op
    waarachtige aanvaarding heeft voorbereid. Genade wordt onmiddelijk onver-
    mijdelijk in hen die een tafel hebben voorbereid waar het zachtjes neergelegd
    en ontvangen kan worden; een schoon en heilig altaar voor het geschenk.

    Genade is het accepteren van Gods Liefde in een wereld van ogenschijnlijke
    haat en angst. Door genade alleen zijn de haat en de angst verdwenen, want
    genade biedt een toestand die zo tegengesteld is aan alles wat de wereld
    bevat dat degenen wiens geesten door het geschenk van genade zijn
    verlicht niet kunnen geloven dat de wereld van angst echt is.

    Genade wordt niet geleerd. De uitendelijke stap moet voorbij alle leren gaan.
    Genade is niet het doel dat deze cursus beoogt te bereiken. Toch bereiden wij
    ons op genade voor, in die zin dat een open geest de roep om te ontwaken kan
    horen. Hij is niet hermetisch afgesloten tegen Gods Stem. Hij is zich bewust ge-
    worden dat er dingen zijn die hij niet weet en is aldus klaar om een toestand te
    aanvaarden die volledig verschilt van de ervaring waar hij vertrouwd mee is.

    Het kan erop lijken dat wij de verklaring hebben tegengesproken dat
    de openbaring van de Vader en de Zoon als één reeds is bepaald. Maar
    wij hebben eveneens gezegd dat de geest bepaald wanneer die tijd zal zijn
    en die heeft bepaald. En toch manen wij jou aan om van het Woord van
    God te getuigen, om de ervaring van de waarheid te bespoedigen en haar
    advent in elke geest te versnellen die haar gevolgen in jou herkent.

    Eenheid is simpelweg het idee dat God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles.
    Geen geest bevat iets behalve Hem. Wij zeggen: “God is” en dan laten wij het
    af te spreken, want in die kennis zijn woorden betekenisloos. Er zijn geen lippen
    om hen uit te spreken en geen deel van de geest toereikend verschillend om
    te voelen dat het zich bewust is van iets dat niet zichzelf is. Hij heeft zich
    met zijn Bron verenigd en zoals zijn Bron Zelf, bestaat hij louter.

    Wij kunnen hier niet van spreken, schrijven of zelfs maar over denken. Zij
    komt naar elke geest, wanneer de volledige herkenning dat zijn wil die van Gods
    is, volledig is gegeven en ontvangen. Zij keert de geest terug naar het oneindige
    heden, waar het verleden en de toekomst niet voorgesteld kunnen worden. Zij
    ligt voorbij verlossing; voorbij elke gedachte aan tijd, vergeving en het heilige
    gelaat van Christus. De Zoon van God is louter in Zijn Vader verdwenen,
    zoals Zijn Vader in Hem is verdwenen. De wereld is er in het geheel
    nooit geweest en de eeuwigheid blijft een constante toestand.

    Dit is voorbij de ervaring die wij trachten te bespoedigen. Echter vergeving,
    onderwezen en geleerd, brengt de ervaringen met zich mee die ervan getuigen
    dat de tijd, die de geest zelf heeft bepaald om alles behalve dit te laten varen, nu
    op handen is. Wij verspoedigen het niet in de zin dat wat jij zult aanbieden
    verborgen was voor Hem Die onderwijst wat vergeving betekent. Alle leren
    was reeds in Zijn Geest, volbracht en volledig. Hij herkent alles wat tijd bevat
    en gaf het aan alle geesten opdat elkeen mag bepalen, vanaf een punt waar
    tijd voorbij is, wanneer hij tot openbaring en de eeuwigheid wordt bevrijd.

    Wij hebben verscheidene keren eerder herhaald dat jij slechts een reis maakt
    die voorbij is. Want eenheid moet hier zijn. Wat de tijd ook moge zijn die de
    geest voor openbaring heeft bepaald, het is volledig irrelevant aan wat een
    constante toestand moet zijn; voor eeuwig zoals hij altijd was, om voor eeuwig
    te blijven zoals hij nu is. Wij nemen louter de taak aan die ons lang geleden
    is toegewezen en die wij herkennen als volmaakt vervuld door Hem Die
    het script van de verlossing in Zijn Scheppers Naam en in de Naam
    van Zijn Scheppers Zoon heeft geschreven.

    Er is geen noodzaak om verder toe te lichten wat niemand in de
    wereld kan begrijpen. Wanneer de openbaring van jouw Eenheid komt, zal
    zij gekend en volledig begrepen worden. Nu hebben wij werk te doen, want
    zij die in tijd verblijven kunnen spreken van dingen daaraan voorbij en luisteren
    naar woorden die uitleggen dat wat nog komt reeds voorbij is. Toch wat
    kunnen de woorden uitdrukken voor hen die de uren nog steeds
    tellen, en met hen opstaan, werken en gaan slapen?

    Laat het dan volstaan dat jij werk hebt te doen om jouw aandeel te vervullen.
    Het einde moet verduisterd voor jou blijven totdat jouw aandeel is vervuld. Het
    doet er niet toe. Want jouw aandeel is nog steeds waar al het overige op rust. Wan-
    neer jij de rol die jou is toegewezen aanneemt, komt verlossing een beetje dichter
    bij elk onzeker hart dat vooralsnog nog niet in overeenstemming met God klopt.
    Vergeving is het centrale thema dat door de verlossing loopt, wat al haar delen in
    betekenisvolle relaties houdt, haar koers bepaald en haar uitkomst zeker maakt.

    En nu vragen wij voor genade, het uiteindelijke geschenk dat verlossing kan
    verlenen. De ervaring die genade verstrekt zal mettertijd eindigen, want genade
    is de voorbode van de Hemel, toch zal zij niet onmiddelijk de tijd vervangen. De
    interval volstaat. Het is hier dat wonderen worden neergelegd om door jou te
    worden teruggegeven, vanuit de heilige momenten die jij door genade in jouw
    ervaring ontvangt, aan allen die het licht zien dat op jouw gezicht voortleeft.

    Wat is het Gelaat van Christus, behalve dat van hem die een moment in
    tijdloosheid verdween en een heldere reflectie van de eenheid die hij een
    moment heeft gevoeld heeft teruggebracht om de wereld te zegenen? Hoe
    zou jij het uiteindelijk voor eeuwig kunnen verwerven, terwijl er een
    deel van jou buiten blijft, onwetend, nog niet ontwaakt
    en behoeftig aan jou als getuige van de waarheid?

    Wees dankbaar om terug te keren, zoals jij blij was om een moment te
    gaan en de geschenken te ontvangen die genade jou aanbiedt. Jij draagt ze
    naar jezelf terug. En openbaring volgt daar niet ver achter. Haar komst is
    verzekerd. Wij vragen om genade en om een ervaring die uit genade voort-
    komt. Wij verwelkomen de bevrijding die het iedereen aanbiedt. Wij vragen
    niet om het onmogelijke. Wij kijken niet voorbij aan wat genade ons kan
    geven. Want dit kunnen wij geven in de genade die ons is gegeven.

    Ons leerdoel vandaag gaat niet aan dit gebed voorbij. Echter, wat zou
    er in de wereld meer kunnen zijn dan wat wij deze dag vragen van Hem
    Die ons de genade geeft die wij vragen, zoals het Hem werd gegeven?

    Door genade leef ik. Door genade ben ik verlost.
    Door genade geef ik. Door genade zal ik verlossen.


    Lesson 169
    “By grace I live. By grace I am released.”


    Grace is an aspect of the Love of God which is most like the state prevailing in the Unity of

    truth. It is the world’s most lofty aspiration, for it leads beyond the world entirely. It is past

    learning yet the goal of learning, for grace cannot come until the mind prepares itself for true

    acceptance. Grace becomes inevitable instantly in those who have prepared a table where it

    can be gently laid and willingly received; an altar clean and holy for the gift.

    Grace is acceptance of the Love of God within a world of seeming hate and fear. By grace

    alone the hate and fear are gone, for grace presents a state so opposite to everything the

    world contains that those whose minds are lighted by the gift of grace can not believe the

    world of fear is real.

    Grace is not learned. The final step must go beyond all learning. Grace is not the goal this

    course aspires to attain. Yet we prepare for grace in that an open mind can hear the call to

    waken. It is not shut tight against God’s Voice. It has become aware that there are things it

    does not know, and thus is ready to accept a state completely different from experience with

    which it is familiarly at home.

    We have perhaps appeared to contradict our statement that the revelation of the Father and

    the Son as One has been already set. But we have also said the mind determines when that

    time will be, and has determined it. And yet we urge you to bear witness to the Word of God

    to hasten the experience of truth, and speed its advent into every mind which recognizes its

    effects on you.

    Oneness is simply the idea God is. And in His Being He encompasses all things. No mind

    holds anything but Him. We say “God is,” and then we cease to speak, for in that

    knowledge words are meaningless. There are no lips to speak them, and no part of mind

    sufficiently distinct to feel that it is now aware of something not itself. It has united with its

    Source, and like its Source Itself, it merely is.

    We cannot speak nor write nor even think of this at all. It comes to every mind when total

    recognition that its will is God’s has been completely given and received completely. It

    returns the mind into the endless present, where the past and future cannot be conceived. It

    lies beyond salvation; past all thought of time, forgiveness, and the holy face of Christ. The

    Son of God has merely disappeared into His Father, as his Father has in him. The world has

    never been at all. Eternity remains a constant state.

    This is beyond experience we try to hasten. Yet forgiveness, taught and learned, brings with

    it the experiences which bear witness that the time the mind itself determined to abandon all

    but this is now at hand. We do not hasten it in that what you will offer was concealed from

    Him Who teaches what forgiveness means. All learning was already in His Mind,

    accomplished and complete. He recognized all that time holds and gave it to all minds that

    each one might determine, from a point where time has ended, when it is released to

    revelation and eternity.

    We have repeated several times before that you but make a journey that is done. For oneness

    must be here. Whatever time the mind has set for revelation is entirely irrelevant to what must

    be a constant state, forever as it always was; forever to remain as it is now. We merely take

    the part assigned long since, and fully recognize as perfectly fulfilled by Him Who wrote

    salvation’s script in His Creator’s Name, and in the Name of His Creator’s Son.

    There is no need to further clarify what no-one in the world can understand. When

    revelation of your Oneness comes, it will be known and fully understood. Now we have

    work to do, for those in time can speak of things beyond, and listen to words which explain

    what is to come is past already. Yet what meaning can the words convey to those who count

    the hours still, and rise and work and go to sleep by them?

    Suffice it, then, that you have work to do to play your part. The ending must remain obscure

    to you until your part is done. It does not matter. For your part is still what all the rest

    depends on. As you take the role assigned to you, salvation comes a little nearer each

    uncertain heart that does not beat as yet in tune with God. Forgiveness is the central theme

    which runs throughout salvation, holding all its parts in meaningful relationships, the course

    it runs directed, and its outcome sure.

    And now we ask for grace, the final gift salvation can bestow. Experience that grace

    provides will end in time, for grace foreshadows Heaven yet does not replace the thought of

    time but for a little while. The interval suffices. It is here that miracles are laid; to be returned

    by you from holy instants you receive, through grace, in your experience, to all who see the

    light that lingers on your face.

    What is the Face of Christ but his who went a moment into timelessness, and brought a clear

    reflection of the unity he felt an instant back to bless the world? How could you finally attain

    to it forever, while a part of you remains outside, unknowing, unawakened, and in need of

    you as witness to the truth?

    Be grateful to return, as you were glad to go an instant and accept the gifts that grace

    provided you. You carry them back to yourself. And revelation stands not far behind. Its

    coming is ensured. We ask for grace and for experience that comes from grace. We welcome

    the release it offers everyone. We do not ask for the unaskable. We do not look beyond what

    grace can give. For this we can give in the grace that has been given us.

    Our learning goal today does not exceed this prayer, yet in the world what could be more

    than what we ask this day of Him Who gives the grace we ask, as it was given Him?

    “By grace I live. By grace I am released.
    By grace I give. By grace I will release.”

    0 (0 Ratings)